Je pijn is je ingang tot Zijn

HomeJe pijn is je ingang tot Zijn

Guri: De uitnodiging is het benoemen van ons ongemak. Het gewoon waar laten zijn en dan ontstaat er eigenlijk contactruimte omheen. En als je dat toestaat, dan zak je er doorheen en kom je in Zijn uit. Dus mijn stelling: Elke pijn en ongemak is een ingang tot levensgeluk, tot wie je bent. Maar onze gewoonte is: o, dit is pijn daar wil ik van af. Echter, de pijn is je ingang tot Zijn.

St: Eerst is er angst en de defensie komt veel en veel later, naar mijn gevoel.
Guri: Ja, dat klopt door dat er angst is ga je dingen doen en je defensie opwerpen. Maar op een gegeven moment is angst nog datgene waar je je aan vast houdt. En als je je angst los durft te laten dan blijkt er alleen maar gewoon presentie te zijn. Dus het is nog veiliger dan aan je angst vast te houden, dan niet te weten wie je bent. Het is eerst moeilijke het te herkennen als zodanig. Als je je herinnert die vulkaan of het gat waar we doorheen gingen. Dan komt er paniek, leegte, zwartheid, niet meer weten en als je dan toch present bij kan blijven dat je het gewoon niet weet. Je weet helemaal niks meer, en je ziet een zwart gat en dat transformeert ineens naar ruimte en de leegte wordt volledigheid. Maar de ingang is de angst.
Laten we dit onderzoeken aan de hand van een emotie, bijvoorbeeld schaamte;

5.5 Demonstratie Reis naar Zijn via de intentie

Guri: Dus als we even terug reizen naar de schaamte, is dat oké? Dus hoe verschijnt de schaamte in jouzelf? Wat neem je waar als sensaties?
St: Ik merk dat ik dan, eigenlijk zie ik mezelf stiekem sigaretten in mijn broekzak stoppen, dat niemand het ziet. Dan is er ook een stemmetje van maar iedereen ziet dat, dus dat dan is er wat maakt het uit, je gaat het doen. De schaamte is omdat ik dan niet schoon ben omdat ik rook.
Guri: Is dat de overtuiging, niet schoon omdat ik rook?
St: Ja.
Guri: Als je nu vraagt. Hoe oud ben je bij die overtuiging? Hoe oud voel je je?
St: 3-4
Guri: En zijn er mensen bij betrokken bij die overtuiging? Komt er spontaan een beeld over mensen. Als er niets verschenen is, dan is het waarschijnlijk niet, maar je hoeft niet op zoek te gaan.
St: Moeder
Guri: Dus mogelijk je moeder.Dus wat is de intentie die erachter ligt? Dat je niet schoon zou zijn, wat is de intentie die erachter ligt. Wat wil je eigenlijk bereiken?
St: Ik onderdruk mijn puurheid.
Guri: Juist, zo mooi. Ik onderdruk mijn puurheid. Dat is als het ware wat je wil bereiken. Hoe neem je dat waar in je lichaam? Dat je puurheid onderdrukt?
St: Het wordt warm in mijn ogen.
Guri: In je ogen. Wat is de sensatie in je ogen?
St: Die gaan heel snel heen & weer.
Guri: En welke leeftijd heb hier? Heb je hier een bepaalde leeftijd of is dat hetzelfde?
St: Iets ouder.
Guri: Zijn er mensen bij betrokken?
St: Nee.
Guri: Wat is de intentie van het onderdrukken van je puurheid?
St: Stel je voor dat je anders bent?
Guri: Stel je voor dat je anders bent. We gaan een laag dieper. Hoe verschijnt dat in je lichaam? Blijf ademen. Wat begin je waar te nemen.
St: Tintelen overal. Mijn hoofd gaat open.
Guri: Hoe oud ben je hier?
St: 21
Guri: Zijn er mensen bij betrokken?
St: Nee
Guri: Wat is de intentie die er achter ligt? Stel je voor dat je anders bent?
St: Niet willen opvallen.
Guri: Wat neem je waar in je lichaam door de overtuiging niet willen opvallen?
St: Gaat weer naar mijn ogen.
Guri: Wat neem je waar in je ogen?
St: Ik kijk scheel.
Guri: Hoe oud ben je hier?
St: 30
Guri: Zijn er mensen bij betrokken? Wat gebeurt er nu?
St: Ik hoor niets meer.
Guri: Je hoort niets meer. Wat is de intentie die erachter ligt niet meer op willen vallen?
St: Niet willen leven.
Guri: Hoe voelt het aan in jelichaam, het niet willen leven? Hoe verschijnt dat in je lichaam?
St: Alsof ik een steen ben, stil.
Guri: Hoe oud ben je hier bij die overtuiging?
St: Een paar jaar geleden.
Guri: Waren er mensen bij betrokken?
St: Nee
Guri: Wat is de intentie achter niet willen leven?
St: Te leren leven.
Guri: Dus hoe voelt dat in je lichaam de overtuiging te leren leven?
St: Als iets fijns.
Guri: Hoe verschijnt dat bij jou, wat voor sensaties neem je waar?
St: Voel kracht.
Guri: En hoe oud ben je bij die overtuiging?
St: Nu
Guri: Wie is erbij betrokken?
St: Het leven
Guri: En wat is de intentie achter leren leven?
St: Niets
Guri: Hoe ervaar je die intentie in je lichaam?
St: Iets in mij zit hier.
Guri: Iets in mij zit hier. Hoe verschijnt dit niets in jou?
St: Julie zien mij.
Guri: Wat is de sensatie die je daarbij ervaart?
St: Helder, licht.
Guri: Die helderheid of licht, is daar een begin of een eind aan?
St: Nee
Guri: Nee. Dus nu is S in haar bron. Nu ga ik andere vragen stellen. Ben je begrenst op enigerlei manier?
St: Nee
Guri: Is dit er ooit niet geweest?
St: Nee
Guri: Is er iets wat hier buiten valt?
St: Nee
Guri: Is er onderscheid tussen jou en de wereld?
St: Nee
Guri: Wie ben je hier?
St: Niemand.
Guri: Is hier een probleem?
St: Nee
Guri: Oké, dit is de oefening. Dus vanmiddag gaan we terug reizen. Dus als je hier in jezelf rust, in de wijsheid, in het niemand zijn. Wat hebben we dan als boodschap naar de persoon toe die wil leren leven. Wat zou je daarover willen zeggen van hieruit.
St: Wees geduldig in het leren ervaren van je eigen bron, vertrouwen in jezelf.
Guri: Wat gebeurt er met die persoon als je dit zegt? Wat merk je.
St: Aandacht voor het gekwetste kind.
Guri: Als je het vanuit je bron, het helpt. Wat zie je dat met haar gebeurt?
St: Ze komt tot bloei.
Guri: Als je die bloei helemaal toe staat.
St: Dan wordt het zomer.
Guri: Als je die zomer helemaal toe staat.
St: Dat is het fijn.
Guri: Dan gaan we de oefening beëindigen, dan ge ja vandaar uit. Wat ga je dan zeggen tegen de persoon die niet wil leven? Wat zou je haar tegen willen zeggen?
St: Die is welkom. Die mag mee op reis.
Guri: Dus je staat het toe dat die helemaal versmelt. Wat gebeurt er met die persoon als die helemaal welkom is, wat zie je dat er verandert? Wat neem je waar?
St: Die buigt.
Guri: Wat gebeurt er dan?
St: Dankbaar dat ik leef.
Guri: Vanaf dit niveau kan je weer een niveau hoger gaan totdat je tegenkomt waarop er andere mensen bij betrokken waren. Dat is het niveau waar we eindigen met de oefening.