Als je 7/1000ste. van een seconde geen probleem maakt wat merk je dan?

HomeAls je 7/1000ste. van een seconde geen probleem maakt wat merk je dan?

3.2.3. Oefening: Je bent altijd al vrij

Dat gaan we doen, onderzoeken of het waar is wat ik zeg. Mij stelling is je bent altijd al vrij. Ga zitten en afstemmen op jezelf, ogen dicht. Je hoeft niets te weten niets te kennen, niets te bedenken. Je stemt je af op je lichaam en ik ga dadelijk een vraag stellen en dan kijk je naar de respons van je lichaam. Je kijkt wat er spontaan opkomt. Dus niet wat er in tweede instantie opkomt, maar wat er in eerste opkomt. De vraag is: Als je 7/1000ste.van een seconde geen probleem maakt wat merk je dan? Roep eens wat.
St: Niets
St: Mijn hele lichaam voelen, mijn ruimte voelen.
T: Wat neem je waar?
St: Ik zit met die 7/1000ste.
T: Precies, daar kan je mind niets mee. Als je geen probleem maakt van 7/1000ste.
St: Ik zit echt heel erg in mijn hoofd.
T: Als je het risico neemt om in je hoofd te zitten en het niet te weten, wat merk je dan?
St: Ik heb enorme zweethanden.
T: Dan heb je zweethanden, dan is dat wat je merkt. De lichamelijke waarneming hier en nu. No mind.
Wat kwam jij tegen?
St: Rust en sereniteit, maar ook wat moet ik lichamelijk voelen. Het gevecht met mijn zitvlak en dat kussen en heel specifiek pijnlijkheid.
T: Rust en sereniteit is het eerste wat verscheen. Dus als je 7/1000ste van een seconde geen probleem maakt verschijnt er rust en sereniteit. Dus dat is het antwoord voor jou in deze situatie.
Wat verschijnt er bij jou? Als je 7/1000ste geen probleem van iets hier maakt.
St: Stilte.
T: Dan verschijnt er stilte, dus als je nu de zin uitspreekt. Als ik me realiseer dat ik die stilte ben. Dus iedereen kan voor zijn eigen kwaliteit dit uitspreken. Dus als ik me realiseer dat ik die rust en sereniteit ben, dan merk ik…
St: Als ik me realiseer dat ik niets ben dan word ik vrolijk en wil ik dansen.
T: Dan wordt je vrolijk en wil ik dansen, dus het ergst wat kan gebeuren als je je realiseert dat je niets bent dan wordt je vrolijk en wil je dansen. Als ik jou mag vragen als ik me realiseer dat ik rust en sereniteit ben, wat merk je dan.
St: De neiging om te omarmen, heel lief.
T: Er verschijnt gelijk liefde en verbondenheid
St: Ik voel het stromen in mijn been.
T: Je voelt het stromen in je been, als je niets tegenhoudt, als je niets doet, als je geen problemen maakt ben je onmiddellijk thuis. Daar hoef je niets voor te doen. Dit is als het ware het derde perspectief, je bent altijd al thuis. In deze vreugde, in het niets is daar een probleem?
St: Nee, er is geen probleem. Wat ik merk is dat ik weet dat er straks pauze en dat ik eigenlijk al bij voorbaat een teleurstelling vind om dit te gaan doen. Misschien even los te laten.
T: Dit is heel belangrijk dat je dat noemt, ze komt thuis in zichzelf want dit is in wezen wie jezelf bent. Je verschijnt, er is enorme vreugde en volheid in dat niets. En je denkt nu dat je dat moet verlaten omdat er pauze is.
St: En dan hebben we een probleem.
T: En dan hebben we een probleem En dit is wat we met onszelf doen. En dat probleem gaan we vol aan, we gaan nu pauze houden.